Welkom Gast
| Inloggen
Begrippen
Art 386 Oplichting:
Hij die, iemand het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door
het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige
kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot afgifte van
enig goed of tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld, wordt, als
schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.